| 1. Identificatie | Naam en ondernemingsnummer van de juridische entiteit, de bevoegde paritaire comités, het aantal werknemers in voltijdse equivalenten en de referteperiode waarop dat aantal is berekend. | Metaalwerken Devos nv, 60 voltijdse equivalenten berekend over het vierde kwartaal 2024 en de eerste drie kwartalen 2025. Arbeiders in PC 111, bedienden in het bevoegde bediendencomité. |
| 2. Periode en inwerkingtreding | De periode die het plan dekt. Minimumduur een jaar. Het plan is van toepassing vanaf 1 januari; de overlegperiode zit daarin vervat. Een meerjarig plan kan, mits akkoord van de overlegorganen of de werknemers. | Kalenderjaar 2026, van 1 januari tot en met 31 december 2026. Eenjarig plan, geen verlenging voorzien. |
| 3. Overlegtraject met data | Aan wie het ontwerp is voorgelegd, wanneer het is bezorgd, wanneer de vergadering plaatsvond, wanneer het advies is uitgebracht en wanneer de inhoud is vastgesteld. Het ontwerp gaat minstens vijftien dagen voor de vergadering weg, het advies komt tegen uiterlijk 15 maart. | Ontwerp naar de ondernemingsraad op 16 februari 2026, vergadering op 5 maart, advies op 12 maart, inhoud vastgesteld op 24 maart. Advies en verslag als bijlage bij het plan. |
| 4. Formele opleidingen | Door lesgevers ontwikkelde cursussen en stages, op een plaats duidelijk gescheiden van de werkplek, gericht op een groep. Per opleiding: doelgroep, aantal deelnemers, uren en verstrekker. Wettelijk verplicht blok. | VCA basisveiligheid, 18 productiemedewerkers, 16 uur, externe verstrekker. Hercertificering heftruck, 9 magazijniers, 8 uur. BA4 voor gewaarschuwden, 4 technici, 16 uur. Bijscholing EHBO, 3 hulpverleners, 8 uur. |
| 5. Informele opleidingen | Leeractiviteiten met een rechtstreeks verband met het werk, met een hoge graad van zelforganisatie qua tijd, plaats en inhoud, inclusief deelname aan conferenties of beurzen met een leerdoel. Wettelijk verplicht blok. | Begeleiding op de nieuwe lasrobot door een peter, 6 operatoren, 24 uur op de werkvloer. Bezoek vakbeurs metaalbewerking met leerdoel en verslag, 5 werkvoorbereiders, 8 uur. |
| 6. Knelpuntberoepen | Welke knelpuntberoepen in jouw sector je met opleiding aanpakt, en met welke opleiding. Een knelpuntberoep is een beroep waarvoor werkgevers in de sector geen of moeilijk geschikte kandidaten vinden. | Lasser en CNC-verspaner. Intern opleidingstraject tot lasser voor 4 productiemedewerkers, 120 uur, samen met het sectorale opleidingsfonds. Twee vacatures die vorig jaar zes maanden openstonden. |
| 7. Risicogroepen en 50-plussers | Bijzondere aandacht voor personen uit de risicogroepen, in het bijzonder werknemers van minstens 50 jaar. Noteer om hoeveel werknemers het gaat en welke opleidingen op hen gericht zijn. | 11 werknemers van 50 jaar of ouder, van wie er 8 in het plan zijn opgenomen. Digitale basisvaardigheden voor 6 van hen, 12 uur. Ergonomie en werkpostaanpassing voor de ploeg montage. |
| 8. Werknemers van buitenlandse afkomst en werknemers met een handicap | De wet vraagt uitdrukkelijk ook aandacht voor deze twee groepen in het opleidingsaanbod. Beschrijf wat je aanbiedt en hoe je het toegankelijk maakt. | Nederlands op de werkvloer, 30 uur, voor 7 werknemers. Voor een werknemer met een gehoorbeperking: instructies op papier en verlengde inwerktijd bij elke technische opleiding. |
| 9. Genderdimensie | De genderdimensie moet in aanmerking worden genomen. Kwantitatief: streven naar gelijke behandeling en gelijke kansen in het opleidingsbeleid. Kwalitatief: aandacht voor vorming rond gendergelijkheid en preventie van discriminatie. | 14 van de 60 werknemers zijn vrouwen, goed voor 23 procent van het personeel en 22 procent van de geplande deelnemers. Alle leidinggevenden volgen 4 uur vorming over discriminatie bij selectie en doorgroei. |
| 10. Wijze van evaluatie met de werknemers | Hoe je samen met de werknemers evalueert of de opleidingen hun doel bereikt hebben. De wet noemt de wijze van evaluatie uitdrukkelijk als aandachtspunt. | Evaluatieformulier binnen twee weken na elke opleiding, met een vraag over toepassing op de werkvloer. Eén vast agendapunt over opleiding in het jaarlijkse functioneringsgesprek. |
| 11. Bijdrage aan het individueel opleidingsrecht | Een uitleg over de manier waarop het plan bijdraagt aan de investering in opleiding uit hoofdstuk 12 van de wet van 3 oktober 2022. Wettelijk verplicht blok. | De geplande opleidingen leveren gemiddeld 3,4 opleidingsdagen per voltijdse equivalent. De resterende dagen worden individueel ingevuld uit de opleidingscatalogus, met opvolging per werknemer. |
| 12. Rijen per paritair comité (aanbevolen, niet wettelijk verplicht) | Eén rij per bevoegd paritair comité: is er een sector-cao die minimale voorwaarden oplegt aan het plan, welk aantal opleidingsdagen legt de sector op, welk fonds voor bestaanszekerheid hoort erbij. Een algemeen verbindend verklaarde sector-cao moet je naleven. | Rij één voor PC 111, met de sector-cao opgezocht in de cao-databank en het opleidingsfonds vermeld. Rij twee voor het bediendencomité, met een eigen aantal dagen en een eigen fonds. |
| 13. Opleidingsrechtledger in dagen (aanbevolen, niet wettelijk verplicht) | Per werknemer: het opleidingskrediet van dit jaar, de opgenomen dagen, het saldo, de overgedragen dagen en de einddatum van de lopende vijfjarige periode. Sinds 1 januari 2026 is registreren geen wettelijke verplichting meer, maar een werknemer kan de stand van zijn krediet opvragen en zonder teller toon je de overdracht niet aan. | 60 rijen, één per werknemer, in dagen, met pro rata voor deeltijdse contracten en voor wie in de loop van het jaar in dienst kwam. Lopende periode gestart op 1 januari 2024, saldo op nul op 31 december 2028. |
| 14. Budget en kost (aanbevolen, niet wettelijk verplicht) | Kost per opleiding en per werknemer, met de verwachte tegemoetkomingen eraf. Niet vereist door de wet, wel de basis voor de nettokost die je later in het opleidingsluik van de sociale balans nodig hebt. | Brutobudget 41.000 euro voor het jaar, verwachte tegemoetkomingen van het sectorfonds afgetrokken, nettokost per opleidingsblok en per geslacht bijgehouden. |
| 15. Neerlegging | De datum waarop het plan in werking treedt en de datum waarop je de geanonimiseerde kopie hebt doorgestuurd naar de Directeur-generaal. Artikel 38 vraagt die kopie binnen de maand na de inwerkingtreding, maar zegt niet welke datum daarvoor telt: 1 januari of de dag waarop de inhoud is vastgesteld. Noteer beide en stuur zo snel mogelijk na het vaststellen van de inhoud. Hou het ontvangstbewijs bij het plan. | Looptijd vanaf 1 januari 2026, inhoud vastgesteld op 24 maart 2026, geanonimiseerde kopie verstuurd op 8 april 2026 via transfer.werk.belgie.be, ontvangstbewijs in het dossier. |