Probeer gratis

Kennisbank

Kennisbank over opleidingsbeheer en opleidingsverplichtingen in België.

Federal Learning Account afgeschaft: wat geldt er nu nog?

Ja, de Federal Learning Account (FLA) is definitief afgeschaft per 1 januari 2026, na een wet van 14 januari 2026 die op 18 december 2025 werd gestemd. Concreet betekent dit dat de registratieplicht voor werkgevers volledig is weggevallen: er is geen federaal systeem meer waarin u opleidingsdagen of -uren van werknemers moet bijhouden. Wat wel gewoon blijft bestaan, zijn de onderliggende wettelijke verplichtingen — het opleidingsplan voor bedrijven met 20 of meer werknemers en het individueel opleidingsrecht van elke werknemer. Die twee zijn nooit gekoppeld geweest aan de FLA als tool, en verdwijnen dus niet mee.Veel werkgevers en HR-verantwoordelijken gaan er momenteel foutief van uit dat met de FLA ook alle opleidingsverplichtingen wegvallen. Dat is niet zo: enkel het registratie-instrument verdwijnt, niet de verplichtingen zelf. Deze pagina zet op een rij wat er precies wegvalt, wat blijft, wat er met de bestaande gegevens gebeurt, en wat er mogelijk in 2027 aankomt.

Individueel opleidingsrecht 2026: hoeveel opleidingsdagen bent u verplicht?

Vanaf twintig werknemers heeft elke voltijdse werknemer federaal recht op minstens vijf opleidingsdagen per jaar (vier dagen was dat nog in 2023); bij tien tot negentien werknemers geldt een federaal minimum van één opleidingsdag per jaar per voltijdse werknemer, en onder de tien werknemers legt de federale wet geen minimum op. Dit zijn de federale minimumregels: het werkelijke aantal hangt af van uw paritair comité, want sectorale cao's kunnen hiervan afwijken. Werkt een werknemer deeltijds, dan wordt het aantal dagen pro rata berekend. Dit individueel opleidingsrecht is ingevoerd door de wet van 3 oktober 2022 (de Arbeidsdeal) en staat los van, maar hangt nauw samen met, de verplichting om jaarlijks een opleidingsplan op te stellen.Neemt een werknemer zijn opleidingsdagen in een bepaald jaar niet volledig op, dan gaan ze niet verloren: ze worden overgedragen naar het volgende jaar als opleidingskrediet. Dat krediet loopt wel in vaste periodes van vijf jaar — de eerste van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 — en op het einde van elke periode wordt het saldo van iedere werknemer collectief op nul gezet. Zowel formele opleidingen (cursussen en trainingen met een lesgever) als informele leermomenten (coaching, zelfstudie, inwerken door een collega) tellen mee, zolang ze werkgerelateerd zijn — ook welzijnsopleidingen komen in aanmerking.In deze gids leest u per bedrijfsgrootte hoeveel dagen u moet voorzien, wat er gebeurt met niet-opgenomen dagen, wanneer sectorale cao's afwijken, en hoe dit recht zich verhoudt tot het opleidingsplan en de aangekondigde individuele leerrekening.

Kmo-portefeuille voor opleidingen: zo werkt het

De kmo-portefeuille is een subsidie van de Vlaamse overheid waarmee Vlaamse kleine en middelgrote ondernemingen een deel van hun opleidingskosten terugkrijgen: kleine ondernemingen krijgen 30% steun, middelgrote ondernemingen 20%, met een jaarlijks plafond van € 7.500 per onderneming. De opleiding moet vallen onder één van acht toekomstgerichte thema's en aangekocht zijn bij een dienstverlener die geregistreerd is voor de kmo-portefeuille.Sinds 1 februari 2026 is de kmo-portefeuille hervormd, maar enkel voor het luik advies: dat is toen beperkt tot het thema cybersecurity. Voor opleiding verandert er niets — de acht thema's, de percentages en het plafond van € 7.500 blijven onveranderd van toepassing.Bent u actief in Wallonië of Brussel? Dan geldt de kmo-portefeuille niet voor u: Wallonië werkt met een eigen stelsel van chèques-entreprises, en in Brussel loopt de ondersteuning via Brussel Economie en Werkgelegenheid. De rest van dit artikel gaat over de Vlaamse kmo-portefeuille.

Opleidingsplan verplicht: wat moet u als werkgever doen?

Heeft uw bedrijf 20 of meer werknemers? Dan bent u sinds de Arbeidsdeal (wet van 3 oktober 2022) verplicht om elk jaar een opleidingsplan op te stellen, uiterlijk vastgesteld tegen 31 maart. Het plan somt de formele en informele opleidingen op die u dat jaar voorziet, met specifieke aandacht voor knelpuntberoepen, de genderdimensie en risicogroepen. U bespreekt het ontwerp eerst met de ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging en legt het definitieve plan daarna neer bij de FOD Werkgelegenheid.De precieze inhoudseisen volgen uit het koninklijk besluit van 14 juli 2024. Werkgevers met minder dan 20 werknemers zijn vrijgesteld van deze formele planverplichting. In deze gids overloopt u wie de verplichting treft, welke deadlines u moet respecteren, wat er precies in het plan moet staan en hoe u het overleg correct organiseert.

Welk paritair comité is van toepassing op uw bedrijf?

U vindt het paritair comité van uw onderneming meestal in enkele seconden: het staat vermeld op de loonbrief van uw werknemers en in de aangifte die uw sociaal secretariaat elk kwartaal bij de RSZ indient. Elk paritair comité (PC) heeft een uniek nummer — bijvoorbeeld PC 200 voor bedienden of PC 124 voor de bouwsector — dat wordt toegekend op basis van de hoofdactiviteit van uw onderneming. Dat nummer bepaalt niet alleen de minimumlonen en arbeidsvoorwaarden in uw sector, maar ook welk sectorfonds opleidingen financiert en welke bijkomende cao-opleidingsdagen u aan uw werknemers moet toekennen.Weet u uw paritair comité al, dan vindt u verderop meteen de link naar het bijhorende opleidingsaanbod. Twijfelt u nog, of wilt u begrijpen waarom dat nummer er eigenlijk toe doet, dan leggen we in deze gids uit hoe de paritaire comités zijn opgebouwd, hoe u het juiste nummer opzoekt, en wat de "residuaire" comités 100 en 200 precies betekenen.

Welk sectorfonds geldt voor uw bedrijf?

Een sectorfonds — ook wel een "fonds voor bestaanszekerheid" genoemd — is een fonds dat per paritair comité wordt beheerd en gefinancierd met verplichte werkgeversbijdragen, en dat binnen die sector opleidingen, premies en tussenkomsten aanbiedt aan werkgevers en werknemers. Welk fonds voor uw bedrijf geldt, hangt af van het paritair comité waaronder uw onderneming valt: elk paritair comité heeft doorgaans een eigen fonds, met een eigen opleidingsaanbod en eigen voorwaarden. Sommige fondsen bieden vooral gratis opleidingen aan, andere werken met forfaitaire premies per opleidingsuur of -dag, en enkele combineren beide. Als HR-verantwoordelijke of zaakvoerder betaalt uw onderneming sowieso mee aan het fonds van uw sector, via de sectorale bijdragen op de loonmassa. Die bijdrage terugverdienen via het opleidingsaanbod is dan ook vooral een kwestie van weten waar u moet zijn, eerder dan een extra aanvraag indienen. Verderop in deze gids vindt u een overzicht per paritair comité, met een link naar het bijhorende fonds en naar het boekbare opleidingsaanbod op smartlions.academy. Let op: een sectorfonds is iets anders dan de kmo-portefeuille van de Vlaamse overheid, die per onderneming werkt en voor alle Vlaamse kmo's openstaat, ongeacht paritair comité. Beide kunt u vaak combineren.

Opleidingsplan sjabloon: invullen in Word, met een uitgewerkt voorbeeld

Vul het sjabloon in Word in en hou de opleidingen, dagen en kosten bij in Excel: beide bestanden staan hieronder. Wat erin zit, staat ook op deze pagina: elk verplicht blok, met een kolom die zegt wat erin hoort en een kolom met een uitgewerkt voorbeeld voor een metaalbedrijf met 60 werknemers in PC 111. En één datum om nu al te noteren: je begint niet op 31 maart maar rond 1 maart, want de ondernemingsraad moet tegen 15 maart advies geven.