Probeer gratis

Individueel opleidingsrecht 2026: hoeveel opleidingsdagen bent u verplicht?

Vanaf twintig werknemers heeft elke voltijdse werknemer federaal recht op minstens vijf opleidingsdagen per jaar (vier dagen was dat nog in 2023); bij tien tot negentien werknemers geldt een federaal minimum van één opleidingsdag per jaar per voltijdse werknemer, en onder de tien werknemers legt de federale wet geen minimum op. Dit zijn de federale minimumregels: het werkelijke aantal hangt af van uw paritair comité, want sectorale cao's kunnen hiervan afwijken. Werkt een werknemer deeltijds, dan wordt het aantal dagen pro rata berekend. Dit individueel opleidingsrecht is ingevoerd door de wet van 3 oktober 2022 (de Arbeidsdeal) en staat los van, maar hangt nauw samen met, de verplichting om jaarlijks een opleidingsplan op te stellen.

Neemt een werknemer zijn opleidingsdagen in een bepaald jaar niet volledig op, dan gaan ze niet verloren: ze worden overgedragen naar het volgende jaar als opleidingskrediet. Dat krediet loopt wel in vaste periodes van vijf jaar — de eerste van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 — en op het einde van elke periode wordt het saldo van iedere werknemer collectief op nul gezet. Zowel formele opleidingen (cursussen en trainingen met een lesgever) als informele leermomenten (coaching, zelfstudie, inwerken door een collega) tellen mee, zolang ze werkgerelateerd zijn — ook welzijnsopleidingen komen in aanmerking.

In deze gids leest u per bedrijfsgrootte hoeveel dagen u moet voorzien, wat er gebeurt met niet-opgenomen dagen, wanneer sectorale cao's afwijken, en hoe dit recht zich verhoudt tot het opleidingsplan en de aangekondigde individuele leerrekening.

Hoeveel opleidingsdagen per werknemer bent u wettelijk verplicht?

Het aantal verplichte opleidingsdagen hangt af van de grootte van uw onderneming. Die grootte telt u niet in koppen: de wet rekent in voltijdse equivalenten. Het gaat om uw gemiddelde tewerkstelling in voltijdse equivalenten over een vaste referteperiode — het vierde kwartaal van het voorlaatste jaar (n-2) en de eerste drie kwartalen van het daaropvolgende jaar (n-1) — zoals aangegeven bij de RSZ, en dat gemiddelde ligt telkens vast voor een periode van twee jaar. Een bedrijf met 22 mensen op de loonlijst kan dus onder de drempel van 20 blijven zodra een deel deeltijds werkt. De federale minimumregels zijn:

  • Minder dan 10 werknemers: geen federaal minimum.
  • 10 tot 19 werknemers: minstens 1 opleidingsdag per jaar per voltijdse werknemer.
  • Vanaf 20 werknemers: minstens 4 opleidingsdagen per jaar per voltijdse werknemer in 2023, opgetrokken tot 5 dagen per jaar vanaf 2024.

Belangrijk: dit zijn minimums die gelden tenzij uw sector via cao anders bepaalt. Het werkelijke aantal opleidingsdagen voor uw bedrijf hangt dus af van uw paritair comité — hoe u dat opzoekt, leest u in onze gids over paritaire comités, en het bijhorende opleidingsaanbod vindt u per sector in het sectoroverzicht.

Werkt een werknemer niet voltijds of niet het volledige jaar, dan wordt het aantal dagen pro rata berekend op basis van de tewerkstellingsbreuk en de duur van de tewerkstelling.

Wat telt mee als opleidingsdag: formeel versus informeel?

De wet maakt geen onderscheid in waarde tussen formele en informele opleiding: beide tellen volwaardig mee voor het individueel opleidingsrecht, zolang de opleiding werkgerelateerd is.

  • Formele opleiding: een cursus, training of stage met een vooraf bepaald programma en een lesgever of opleidingsverstrekker, zoals een technische opleiding, een taalcursus of een softwaretraining.
  • Informele opleiding: leren dat minder gestructureerd verloopt maar wel functioneel is, zoals coaching op de werkvloer, gerichte zelfstudie of inwerken door een ervaren collega.

Ook welzijnsopleidingen — bijvoorbeeld rond veiligheid of psychosociaal welzijn — komen in aanmerking. Eén uitzondering wordt vaak over het hoofd gezien: dagen die uw werknemer opneemt in het kader van betaald educatief verlof of Vlaams opleidingsverlof (VOV) tellen niet mee voor het individueel opleidingsrecht. Die stelsels staan er volgens de FOD Werkgelegenheid volledig los van, ook bij VOV op gemeenschappelijk initiatief. Ook niet-werkgerelateerde opleiding telt niet mee: de opleiding moet verband houden met de uitoefening van een beroepsactiviteit. Op het sectoroverzicht vindt u per sector het aanbod aan formele, boekbare opleidingen die u kunt inzetten om aan dit recht te voldoen.

Wat gebeurt er met opleidingsdagen die niet worden opgenomen?

Neemt een werknemer in een bepaald jaar niet alle opleidingsdagen op waar hij of zij recht op heeft, dan vervallen die dagen niet meteen. Ze blijven staan als een opleidingskrediet dat kan worden opgebouwd over meerdere jaren.

Dat krediet vervalt niet dag per dag. De wet werkt met vaste periodes van vijf jaar: de eerste loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028. Op het einde van zo'n periode wordt het saldo van het beschikbare opleidingskrediet op nul gezet — collectief, voor alle werknemers tegelijk, ongeacht wanneer de dagen zijn opgebouwd. Een werknemer die pas in 2027 in dienst komt, ziet zijn openstaande dagen dus ook op 1 januari 2029 verdwijnen. De periode draagt bovendien een doelstelling: over die vijf jaar heen moet een voltijdse werknemer gemiddeld minstens vijf opleidingsdagen per jaar hebben opgenomen (gemiddeld minstens één dag bij 10 tot 19 werknemers, of het gemiddelde dat volgt uit de cao van uw sector). Volg de opname per werknemer dus op: wie het uitstelt tot 2028, blijft achter met een berg dagen die daarna verdwijnt.

Kan uw paritair comité van deze regels afwijken?

De federale minimums — 1 dag bij 10 tot 19 werknemers, 5 dagen vanaf 20 werknemers — zijn een ondergrens. Sectorale cao's kunnen op paritair niveau afwijkende of aanvullende afspraken maken over het aantal opleidingsdagen, de manier van opname of de doelgroepen. Het juiste aantal voor uw bedrijf volgt dus niet uit de federale regel alleen, maar uit de combinatie met de cao van uw paritair comité.

Die ruimte is wel begrensd. Een sectorale cao kan het aantal dagen wijzigen, maar niet verlagen tot minder dan twee opleidingsdagen per jaar, en evenmin verlagen waar op sector- of ondernemingsniveau al meer dan twee dagen waren toegekend. En wat de cao regelt, moet een recht per werknemer blijven: een louter collectief opleidingsrecht — een gemiddelde over de hele groep in plaats van een recht per persoon — heeft volgens de FOD Werkgelegenheid vandaag geen wettelijke basis meer en volstaat dus niet om het individueel opleidingsrecht in te vullen. Check daarom altijd de cao van uw paritair comité, en vraag na bij uw sectorfonds welke afspraken specifiek voor uw sector gelden. Het bijhorende opleidingsaanbod vindt u via het sectoroverzicht, bijvoorbeeld voor elektriciens of de metaalindustrie (bedienden).

U hoeft dit overigens niet zelf uit te zoeken: Smart Lions berekent het individueel opleidingsrecht automatisch per werknemer, rekening houdend met de situatie van uw bedrijf — die berekening zit al in de gratis instap.

Welke informatieplicht heeft u als werkgever?

Werkgevers met minstens 20 werknemers moeten hun werknemers jaarlijks schriftelijk informeren over hun individueel opleidingsrecht. Dat betekent dat u zwart op wit meedeelt hoeveel opleidingsdagen een werknemer dat jaar heeft, en desgevallend hoeveel opleidingskrediet er nog openstaat.

Deze informatieplicht is geen vrijblijvende aanbeveling: ze maakt deel uit van dezelfde wet van 3 oktober 2022 die het opleidingsrecht zelf invoert. Documenteer de communicatie dus net zoals u de opname van opleidingsdagen bijhoudt.

Het bijhouden van saldo’s en de jaarlijkse communicatie wordt een stuk eenvoudiger met een tool die dit automatisch berekent: Smart Lions houdt per werknemer de opleidingsdagen en het openstaande opleidingskrediet bij, met een gratis instap.

Hoe verhoudt dit recht zich tot het opleidingsplan?

Het individueel opleidingsrecht en de opleidingsplan-verplichting zijn twee afzonderlijke verplichtingen uit dezelfde wetgeving, die elkaar aanvullen. Werkgevers met 20 of meer werknemers moeten niet alleen de 5 opleidingsdagen per voltijdse werknemer voorzien, maar ook jaarlijks — uiterlijk op 31 maart — een schriftelijk opleidingsplan vaststellen waarin die opleidingsinspanningen concreet worden ingevuld.

In de praktijk is het opleidingsplan het instrument waarmee u het individueel opleidingsrecht vertaalt naar concrete opleidingen per functie of team. Meer uitleg over die planverplichting, de deadlines en de te volgen procedure vindt u op onze gidsenpagina.

Wat verandert er nu de Federal Learning Account verdwijnt?

De Federal Learning Account (FLA), het federale registratiesysteem voor opleidingsdagen, is afgeschaft per 1 januari 2026. De registratieplicht voor werkgevers is daarmee volledig weggevallen. Belangrijk: dit raakt enkel het registratie-instrument. Het individueel opleidingsrecht zelf — federaal minstens 1 of 5 opleidingsdagen per voltijdse werknemer, afhankelijk van uw bedrijfsgrootte en sector-cao — en de opleidingsplan-verplichting blijven onverkort bestaan.

Al geregistreerde gegevens blijven nog raadpleegbaar via mycareer.be tot 31 december 2026, daarna worden ze definitief verwijderd. Er is een individuele leerrekening aangekondigd vanaf 2027 als opvolger, maar die is momenteel nog niet wettelijk geregeld. Zolang die er niet is, blijft u zelf verantwoordelijk voor het opvolgen en documenteren van opleidingsdagen per werknemer.

Wilt u weten welke opleidingen voor uw sector meetellen voor het individueel opleidingsrecht? Bekijk het opleidingsaanbod per sector in het sectoroverzicht.

Hoeveel dagen voor úw bedrijf? Reken het niet zelf uit

Het juiste aantal opleidingsdagen verschilt per sector en per werknemer. Smart Lions berekent het individueel opleidingsrecht automatisch per werknemer, registreert gevolgde opleidingen en koppelt alles aan uw opleidingsplan — de berekening zit al in de gratis instap. U start gratis, ongeacht uw bedrijfsgrootte; uitgebreidere formules vanaf € 10 per maand (excl. btw). Via deze link test u bovendien de volledige applicatie 30 dagen gratis.

Probeer Smart Lions gratis

Het opleidingsrecht per werknemer in Smart Lions: gevolgde en nog in te plannen dagen, afgezet tegen het recht uit het paritair comité.